Allemachtig veel kwaad

Gods Almacht en een wereld vol kwaad

Als de wereld geschapen is, geregeerd en bewaard word door een Almachtig en goed God, hoe kan er dan zoveel kwaad, onrecht en duisternis in deze wereld zijn? Als God er wat aan kan doen (almachtig is), maar het niet doet, is Hij dan wel goed? Als Hij er wel wat aan wil doen, maar het niet kan, is Hij dan wel almachtig?

Sommigen proberen deze vraag ‘op te lossen’ door Gods almacht te ontkennen. De leidende God wordt dan een lijdende God, die het kwaad in de wereld net zo erg vindt als wij, maar er evenmin iets aan kan doen.
Anderen onderstrepen Gods almacht wel, maar zijn geneigd een vraagteken achter Gods goedheid en liefde te zetten. Het lijden komt dan van een ondoorgrondelijke God die zowel voor het goede als voor het kwade verantwoordelijk is.

Vragen uit de wandelgangen

Hoe kan God toestaan dat een moeder kanker krijgt en afscheid moet nemen van man en kinderen die haar niet missen kunnen?
Hoe kan het dat miljoenen nazaten van Gods vriend Abraham in gaskamers werden vermoord?
Waarom greep God niet in en stopte de Holocaust? Hoe kon God een ‘beest’ als Hitler los laten op deze wereld?
Een jong meisje vroeg haar Oma, als God de zonde en het kwaad haat, waarom kwam onze buurvrouw, moeder van 2 kleine kinderen, onder de tram, en ‘mag’ Hitler blijven leven? Kan God daar dan niks aan doen?

Is dit voor ons een relevante vraag?

Toen het noodlot Job en zijn familie trof, zie je de verschillende reacties van Job en zijn eigen vrouw

Toen zeide zijn vrouw tot hem: Volhardt gij nog in uw vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf! (10) Maar hij zeide tot haar: Zoals een zottin spreekt, spreekt ook gij; zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
Hoe denk je dat jij zou reageren?

Gedachten van …

Greg Boyd de schrijven van ‘Brieven van een scepticus’ legt grote nadruk op de vrije wil, een vereiste voor echte liefde, maar wel met het (grote) risico dat de vrije keuze om lief te hebben en te gehoorzamen, inhoud dat de mens ook kan kiezen niet te gehoorzamen en zijn eigen weg te gaan, met alle desastreuze gevolgen van dien.

Gods Almachtige wil en een schepping vol vrije wil houdt in dat God niet altijd Zijn zin krijgt. En het kwaad is het gevolg van een wil anders dan Gods wil. Lees bijvoorbeeld Jesaja 30:1

Wee de opstandige kinderen, luidt het woord des Heren, die een plan maken, dat echter niet van Mij komt, en een verbond sluiten, dat echter niet uit mijn Geest is, om zonde op zonde te stapelen;

God heeft een plan en alhoewel Hij almachtig is, wordt dat plan dus niet altijd uitgevoerd.

2Pe 3:9 De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.

Sommigen zullen dus verloren gaan, maar zeker niet omdat God dat wil!

1Ti 2:3-4 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, (4) die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

Aan wie veel gegeven is, die kan er zoveel goed mee doen als een moeder Teresa deed of zoveel slechts als een Hitler deed. En God grijpt niet altijd meteen in als iemand zijn kwaliteiten verkeerd aanwendt, waardoor die persoon, zoals een Hitler, Stalin, Mussolini miljoenen meeslepen in hun spoor van verderf.
Hij kan dat wel, heeft het ook wel gedaan, maar ‘waarom niet elke keer’ blijft een moeilijke vraag?

Greg Boyd legt vervolgens uit dat het traditionele (nog steeds vaak gebruikte) antwoord in de christenheid niet voldoet:

  1. het lijden in deze wereld bewerkt een hogere harmonie
  2. het ontwikkeld ons karakter en leert ons vergeving en barmhartigheid
  3. straf is een gevolg van zonde in ons leven.

Bron: Greg Boyd – Question and Answer session about ‘letters from a sceptic’

Tim Keller, bekend voorganger en Bijbelleraar in ??, legt de naduk op de mogelijkheid om in God de Zoon op het kruis te ontdekken, dat God verre van onverschillig, verre van verwijderd is van het menselijk lijden. Hij heeft alles gevoeld wat wij voelen, Zijn eigen Zoon overgeleverd die op de meest gruwelijke wijze vernederd en op onrechtmatige wijze veroordeeld werd door het Romeinse rechts systeem en de Joodse religieuze elite.

Tim Keller zegt ook dat het alternatief van een wereld vol kwaad zonder God, zonder uiteindelijk oordeel en gerechtigheid en Iemand die ons het verschil uitlegt tussen goed en kwaad, veel minder is dan de uitdaging die wij als gelovigen hebben.

De sceptici zeggen: als er een God is, zou Hij de Holocaust hebben verhinderd! Maar hoe weten de sceptici dat deze gebeurtenis slecht is? Evolutie is gebaseerd op de overleving van de sterkste. Gewelddadigheden van de sterkere over de zwakkere is toch heel natuurlijk in de dierenwereld. Waarom is het fout als mensen net zo doen als de rest van de natuur?
Waar is de universele wet geschreven dat het goed is om eerlijk te zijn en verkeerd is om te liegen?
Het kwaad, ‘onrecht’ en lijden zijn een probleem voor mensen die in God geloven, maar een groter probleem voor mensen die niet in God geloven.

Als er geen God is, hoe kun je dan met afschuw reageren op geweld en onderdrukking? Hoe kun je volhouden, dat iets dat zo natuurlijk is in de (dieren) wereld, voor ons slecht is? Wie bepaalt überhaupt wat goed en slecht is?

Als je zegt dat er goed en kwaad is in deze wereld, dan moet er een morele wet zijn en dus ook een morele wetgever.
Wie is hij? Als God niet bestaat, wie is dan onze morele wetgever?

ACF: Tijdens de Nuremberg trials (November 1945 tot Oktober 1946) waar 22 van de prominente leiders van Nazi Duitsland terecht stonden, beriepen degene die hen verdedigden zich op het feit, dat ze de wetgeving van het derde rijk opvolgde en daardoor niets fout deden.
Als er geen hogere wetgeving is dan menselijke wetgeving, op welke basis konden deze mannen dan berecht worden?

Als we serieus overdenken wat er op het kruis van Golgatha gebeurde, weten of begrijpen we wellicht nog steeds niet de reden waarom God het kwaad toestaat, maar we weten door de kruisdood van Gods Zoon, dat God Zelf heeft geleden onder het kwaad, net als wij. En dit bewijst zeer zeker dat God niet onverschillig is voor ons lijden.

Tim Keller geeft het voorbeeld van Daniel zijn 3 vrienden, die in het vuur gegooid worden, maar we zien dat er een vierde persoon bij hen is die hen beschermt

Daarop gebood Nebukadnessar in toorn en grimmigheid Sadrak, Mesak en Abednego te halen. Toen die mannen voor de koning gebracht waren, (14) nam Nebukadnessar het woord en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrak, Mesak en Abednego, dat gij mijn goden niet vereert en het gouden beeld dat ik heb opgericht, niet wilt aanbidden? (15) Nu dan, indien gij bereid zijt, zodra gij het geluid van hoorn, fluit, citer, luit, harp, doedelzak en allerlei soort van muziekinstrumenten hoort, u ter aarde te werpen en het beeld te aanbidden, dat ik gemaakt heb-maar indien gij niet aanbidt, zult gij ogenblikkelijk in de brandende vuuroven geworpen worden; en wie is de god, die u uit mijn hand zou kunnen bevrijden? (16) Toen antwoordden Sadrak, Mesak en Abednego de koning Nebukadnessar: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. (17) Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; (18) maar zelfs indien niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden. (19) Toen werd Nebukadnessar vervuld met gramschap, en zijn gelaatsuitdrukking veranderde tegen Sadrak, Mesak en Abednego; hij antwoordde en gebood, dat men de oven zevenmaal heter zou stoken dan gewoonlijk, (20) en aan enige mannen, van de sterksten uit zijn leger, gaf hij bevel Sadrak, Mesak en Abednego te binden en in de brandende vuuroven te werpen. (21) Toen werden die mannen gebonden, met hun mantels, broeken, mutsen en overige klederen aan, en in de brandende vuuroven geworpen. (22) Omdat nu het bevel des konings streng was en de oven bovenmatig was opgestookt, doodde de vlam van het vuur de mannen die Sadrak, Mesak en Abednego naar boven gebracht hadden. (23) En die drie mannen, Sadrak, Mesak en Abednego, vielen gebonden in de brandende vuuroven. (24) Toen schrok koning Nebukadnessar en stond ijlings op; hij nam het woord en zeide tot zijn raadsheren: Hebben wij niet drie mannen gebonden in het vuur geworpen? Zij antwoordden de koning: Zeker, o koning. (25) Hij zeide: Zie, ik zie vier mannen vrij wandelen midden in het vuur, en zij hebben geen letsel, en het uiterlijk van de vierde gelijkt op dat van een zoon der goden! (26) Toen trad Nebukadnessar op de deur van de brandende vuuroven toe; hij nam het woord en zeide: Sadrak, Mesak en Abednego, gij dienaars van de allerhoogste God, treedt naar buiten en komt hier! Toen kwamen Sadrak, Mesak en Abednego uit het vuur. (27) En de stadhouders, de oversten, de landvoogden en de raadsheren des konings kwamen bijeen; zij zagen, dat het vuur geen macht had gehad over de lichamen van deze mannen, dat hun hoofdhaar niet was geschroeid, dat hun mantels ongeschonden gebleven waren, ja, dat er zelfs geen brandlucht aan hen gekomen was. (28) Nebukadnessar hief aan en zeide: Geloofd zij de God van Sadrak, Mesak en Abednego! Hij heeft zijn engel gezonden en zijn dienaren bevrijd, die zich op Hem hebben verlaten, het bevel des konings hebben overtreden, en hun lichamen prijsgegeven, omdat zij geen enkele god willen vereren of aanbidden dan alleen hun God.

Zij werden beschermt en bewaard voor een verder leven hier op aarde (in ieder geval een paar jaren erbij).
Voor anderen die worden ‘thuis’ gehaald, is het eeuwige goede en perfecte reeds aangebroken (wat we mogen verkiezen boven een verlengd aards bestaan, zoals Paulus ook zegt in

Want het leven is mij Christus en het sterven gewin. (22) Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht, en wat ik moet kiezen, weet ik niet. (23) Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste;

ACF> Als je leven dus voor tijd en eeuwigheid geborgen is in God, kun je nooit verliezen, maar is het naar de mens gesproken ‘slechte’ slechts een introductie tot het beste, wat vroeg of laat het deel zal zijn van ieder die God vertrouwt op Zijn Woord!

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. (2) Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. (3) Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. (4) Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Bron: Tim Keller – audio’s on the problem of evil

Professor Hoek is hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit:
God heeft personen geschapen met wie Hij een relatie van liefde wilde. Dat veronderstelt een vrijheid die je niet vindt bij robots of marionetten. Daarmee heeft God de mogelijkheid, niet de werkelijkheid, van het kwaad gemaakt. De zonde, de werkelijkheid van het kwaad, komt absoluut niet voor rekening van God.

God de Heilige Geest bevrijdt ons uit die macht van de zonde en geeft ons uitzicht op de bevrijding van alle leed.
Uiteindelijk zal God recht doen en daarom zal eens blijken dat niet de brutalen en machtswellustelingen aan het langste eind trekken. De nederigen en oprechten zullen uiteindelijk de aarde beërven!

Pas aan het einde van de aardse geschiedenis, bij de volle doorbraak van Gods Koninkrijk en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, krijgen de vragen rond het lijden wellicht hun definitieve beantwoording.

Tegenover mensen die ons vragen stellen over God en het lijden, mogen we als christenen er eerlijk voor uitkomen dat wij niet beschikken over een sluitend systeem. Logische antwoorden zijn op existentieel niveau nauwelijks bevredigend. De volstrekte absurditeit van veel kwaad dat plaatsvindt, moeten we laten staan, want bij hen die lijden blijft toch vaak de hartstochtelijke klacht vanwege veel leed dat als zinloos wordt ervaren.

Toch blijft voor velen Gods goedheid boven elke verdenking verheven. Wie eenmaal in Jezus Christus Gods hart heeft horen kloppen, die weet: achter Zijn duistere voorzienigheid schuilt toch Zijn mild gelaat. Geloven betekent dat je het waagt met de God die ons in Jezus Zijn hart heeft laten zien.

En dan valt er met vragen te leven als we die kwijt kunnen bij een goed en liefdevolle God Die over alles regeert. Dat is beter dan een atheïstische wereldbeschouwing die niets beters weet te zeggen dan dat het toeval en het noodlot heersen en dat het ‘recht’ van de sterkste zegeviert.

Als lijden bijvoorbeeld een vanzelfsprekend verschijnsel in een blind evolutieproces is, waarom blijven mensen dan altijd weer vragen naar het waarom? Dan zou je lijden toch eerder moeten accepteren als iets volkomen natuurlijks?

Maar laten we er volstrekt eerlijk over zijn: de vragen zouden ons als gelovigen over het hoofd groeien als we niet de hoopvolle verwachting hadden van een totaal vernieuwde schepping, zoals God die in Zijn Woord belooft.

‘Er gebeurt op aarde wel veel tegen Gods wil in, maar niets buiten Gods wil om’ <Augustinus>

Persoonlijke overdenkingen

De Bijbel spreek over satan als de god van deze eeuw en van deze aarde, wiens leugens de meesten bewust of onbewust verkiezen te geloven, boven de raad van de Almachtige God. De god van deze eeuw wordt moordenaar, leugenaar, enz. genoemd. En voor al zijn activiteit krijgt de Almachtige God vaak de schuld.

Als alles goed gaat, hebben we God (denken we) niet nodig. Als het fout gaat, wat een resultaat is van een leven zonder God en zodoende overgeleverd aan de (slechtheid van de) mens en de duivel en al zijn valse streken, dan verwijten we God ineens dat Hij niet ingrijpt en ons ‘zomaar’ overgeleverd heeft aan de boze.

De Bijbel spreekt trouwens duidelijk over het overgeleverd zijn aan …. of we het nu leuk vinden of niet

Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, (19) daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. (20) Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. (21) Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. (22) Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, (23) en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. (24) Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. (25) Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. (26) Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. (27) Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. (28) En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: (29) vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; (30) oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; (31) onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. (32) Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven.

Ons beeld van God is vaak ‘Santa’ achtig: Hij moet aan al onze wensen voldoen, plezier en vertier geven, blij maken met …
We zitten niet op een God te wachten, die ons vertelt hoe het moet, hoe Hij het wil en die we moeten gehoorzamen.
Nee onze eigen vrije wil altijd (en eeuwig) voorop en dat is zeker geen klein probleem!

Jawel, dat leren we veelvuldig uit Gods Woord.

Je leest over de Here die te middernacht alle eerst geborenen in het land Egypte, mens en beest, liet sterven.

Exo 12:29 En te middernacht sloeg de Here iedere eerstgeborene in het land Egypte, van de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zou zitten, tot de eerstgeborene van de gevangene, die in de kerker was, benevens alle eerstgeborenen van het vee.

Toen Sanherib, koning van Assur ten strijde trok tegen Jeruzalem en hen + God bespotte, liet Jesaja koning Hizkia weten zich geen zorgen te maken …. in die nacht ging de Engel des Heren uit en sloeg van Assur 185.000 man

Toen zond Jesaja, de zoon van Amoz, tot Hizkia deze boodschap: Zo zegt de Here, de God van Israel: wat gij tot Mij gebeden hebt betreffende Sanherib, de koning van Assur, heb Ik gehoord. (21) Dit is het woord, dat de Here over hem spreekt: zij veracht u, zij bespot u, de jonkvrouw, de dochter Sions; zij schudt het hoofd achter u, de dochter van Jeruzalem. (22) Wie hebt gij gehoond en gelasterd, en tegen wie de stem verheven en uw ogen trots opgeslagen? Tegen de Heilige Israels! (23) Door uw gezanten hebt gij de Here gehoond en gezegd: met de menigte mijner wagens bestijg ik de hoogten der bergen, tot ver in de Libanon; ik vel zijn statige ceders, de keur zijner cypressen; ik dring door zelfs tot zijn verste schuilplaats, zijn weelderig woud. (24) Ik graaf en drink water in den vreemde; ik leg met mijn voetzool alle Nijlarmen van Egypte droog. (25) Hebt gij het dan niet gehoord, dat Ik het van overlang bereid en van de dagen van ouds vorm gegeven heb? Nu heb Ik het doen komen: gij moest de versterkte steden verwoesten tot puinhopen; (26) haar inwoners werden machteloos, verslagen en beschaamd; zij werden tot kruid van het veld of tot jong groen, tot gras op de daken, of tot koren, verdord eer het rijp wordt. (27) Maar Ik ken uw zitten, uw uitgaan en ingaan en uw razen tegen Mij. (28) Omdat gij tegen Mij geraasd hebt en uw overmoed tot mijn oren is opgestegen zal Ik mijn haak in uw neus slaan en mijn bit in uw mond leggen, en u doen terugkeren langs de weg die gij gekomen zijt. (29) En dit zal u het teken zijn: gij zult dit jaar eten wat vanzelf opkomt en in het tweede jaar wat nawast; maar zaait in het derde jaar en oogst, plant wijngaarden, en eet de vrucht daarvan. (30) Immers wat van het huis van Juda ontkomen is, wat over is, dat zal opnieuw naar beneden wortel schieten en naar boven vrucht dragen. (31) Want van Jeruzalem zal een overblijfsel uitgaan, en van de berg Sion wat ontkomen zal; de ijver van de Here der heerscharen zal dit doen. (32) Daarom, zo zegt de Here van de koning van Assur: hij zal in deze stad niet komen; hij zal geen pijl daarin schieten, geen schild daartegen opheffen en geen wal daartegen opwerpen. (33) Langs de weg die hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar in deze stad zal hij niet komen, luidt het woord des Heren. (34) En Ik zal deze stad beschutten om haar te verlossen om Mijnentwil en ter wille van mijn knecht David. (35) In die nacht ging de Engel des Heren uit en sloeg in het leger van Assur honderdvijfentachtigduizend man. Toen men vroeg in de morgen opstond, zie, zij allen waren lijken.

De Here Jezus zei Zelf in Mat 26:53 “Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?”

Als je bedenkt dat één engel in een nacht 185000 mensen ombracht en Christus hier sprak over meer dan 12 legioenen (1 legioen is ongeveer 6000), dan kun je zelf wel uitrekenen (12 x 6000 x 185000 = 133.200.000.000) dat God alles best in één keer kan wegvagen. Maar Hij doet het (nog) niet. Waarom, dat blijft een grote vraag?

Petrus spreekt over de dag dat God uiteindelijk wel zal ingrijpen

Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, (4) en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is. (5) Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, (6) waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. (7) Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. (8) Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. (9) De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen. (10) Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. (11) Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, (12) vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten. (13) Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. (14) Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, (15) en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, (16) evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften. (17) Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid; (18) maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.

Dat weet ik niet, maar Hij heeft dat in het verleden wel gedaan, waarbij ik dan denk aan de zondvloed, de verlossing en exodus uit Egypte. Resultaat?

De zondvloed had geen duurzame reinigende werking onder de mensen en het zal in het einde der tijden weer net zo zijn als in de tijd van Noach – een les is er dus niet van geleerd, zoals iemand opmerkte:

“De enige les die wij uit de geschiedenis leren, is dat wij niet van de geschiedenis leren”, waardoor we fout op fout ‘gewoon’ weer herhalen.

De Exodus bracht de Egyptenaren niet tot inkeer, maar die vechten zich letterlijk dood tegen de God van Israel. Het volk Israel zelf, bleek afvallig tot en met, zoals blijkt uit de saga rondom het gouden kalf, het plan om Mozes te steningen en klacht op klacht aan het adres van deze (al)machtige God die hen had gered.

Maar ook de komst van Gods uiteindelijke Redder, deze keer niet met groot machtsvertoon zoals de zondvloed of de plagen in Egypte, maar in grote nederigheid, die zich liet mishandelen tot het punt van een totaal onrechtvaardige kruisiging, biddend vanaf het kruis dat zijn wrede moordenaars vergeving mochten vinden ‘Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’. Ook van Hem is geen les blijven hangen op deze wereld, maar wordt Zijn naam veelal als vloek woord gebruikt.

Mijn conclusie

Hoe en wat God ook doet, het veranderd de mens niet, die altijd weer zijn ‘eigen wil voorop’ laat gelden!

Kun je oprecht zeggen dat God iets verwacht, terwijl Hij al weet dat het heel anders uitpakt ?

Ik had wel gezegd: Hoe zal Ik u onder de zonen rekenen en u een uitgezocht land geven, de allersierlijkste erve der volkeren! En Ik had gedacht, dat gij Mij zoudt noemen: Mijn Vader, en dat gij u van Mij niet zoudt afkeren, (20) maar zoals een vrouw ontrouw wordt aan haar vriend, zo zijt gij Mij ontrouw geworden, huis Israels, luidt het woord des Heren.

Kun je zeggen dat God echt naar iemand zoekt, als Hij al weet dat Hij die persoon toch niet gaat vinden?

Ik heb onder hen gezocht naar iemand, die een muur zou kunnen optrekken en voor mijn aangezicht op de bres zou kunnen staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik heb hem niet gevonden. (31) Daarom heb Ik mijn gramschap over hen uitgestort; met het vuur van mijn verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun wandel heb Ik op hun hoofd doen neerkomen, luidt het woord van de Here Here.

God zegt dat zij ‘misschien’ tot inzicht zullen komen, dus hier had God geen voorkennis

En gij, mensenkind, breng in gereedheid wat gij voor een ballingschap nodig hebt, en trek in ballingschap bij dag, voor hun ogen; voor hun ogen moet gij uit uw woonplaats wegtrekken naar een andere plaats. Misschien zullen zij tot inzicht komen, want zij zijn een weerspannig geslacht.

Er zijn dus ook voor God variabelen, waar Hij mee ‘moet’ of ‘wil’ werken.

Daarnaast staat duidelijk geschreven dat Hij tevoren wist hoe de mensen met de Messias om zouden gaan, staat er duidelijk voorspeld hoe het allemaal tot een einde zal komen.

Deze twee feiten staan dus naast elkaar beschreven in Gods Woord en dat wij dat niet kunnen rijmen, betekent niet dat het niet waar kan zijn.

Er zijn voor mij veel dingen die ik helemaal niet begrijp of kan uitleggen, maar toch waar zijn en werken:

Als ik bijvoorbeeld probeer te bedenken hoe ik het mijn voorouders zou moeten uitleggen, dat het versturen van een manuscript van 250 pagina’s tekst naar Australie, wat in hun tijd maanden zou duren, nu vanaf mijn computer met een druk op een knop verstuurd kan worden – bijvoorbeeld een bestand van 4 Mb = meer dan 250 pagina’s met tekst en foto’s. En dat zonder dat er zelfs maar een kabeltje aan mijn computer vast zit, vliegen al die 250 pagina’s tekst in minder dan een paar seconden ‘door de lucht’ en komt een paar seconden later in Australie aan. Ik snap het niet, sta er versteld van, kan het niet uitleggen, maar zie het wel gebeuren.
Met Skype kan ik zelfs met iemand praten en hem zien, waar ter wereld hij zich ook maar bevind.
Toen ik voor het eerst vanaf het midden van de Indische Oceaan, via de Sateliet telefoon naar mijn vrouw belde, bedacht ik wel dat mijn gesproken woorden eerst 36000 km omhoog naar een sateliet gingen, dan 36000 km omlaag naar Burum, nabij Groningen en vandaar via een kabeltje naar mijn huis door de geluid spreker in het oor van mijn vrouw klonken. En haar woorden ‘I love you’ kwamen zonder merkbare vertraging mij aan de andere kant van de wereld teder ter ore, terwijl onze woorden in minder dan een seconde toch meer dan 72000 km hadden afgelegd. Ik snapte er niks van, maar was natuurlijk blij even** met mijn vrouw te kunnen praten!
Ik had ook tegen de Kapitein kunnen zeggen, dat ik niet geloofde dat dit kon en daardoor weigerde de telefoon op te pakken …. ze zouden me voor gek verklaren …. maar zelf snapte ze er ook geen snars van hoe dat allemaal kon.
**NB! we deden dit toen wel met mondjesmaat, omdat het toen nog U$ 15,= per minuut koste!

En zo zijn er veel voorbeelden te bedenken die we in onze tijd zien, maar die we onze voorouders niet zouden kunnen uitleggen, in ieder geval niet zonder dat ze het zelf ook zouden kunnen zien of ervaren.

Dat er dus geheimenissen zijn die God ons ook niet kan verklaren zonder dat we Hem persoonlijk kennen of zelfs straks in de hemel zullen zien, kan ik zodoende ook gemakkelijker plaatsen. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan de volgende verzen:

Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. (10) Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben. (11) Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. (12) Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. (13) Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.

Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; (13) doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Het zou niet best wezen als mijn begrip van … maatstaf zou zijn voor wat kan / niet kan, wat waar / niet waar is!

Wat we diep in ons hart willen is erg belangrijk.
Wil je ten diepste eigenlijk bewijzen dat God niet bestaat of wil je graag geloven dat Hij wel bestaat (op basis van de dingen die je wel begrijpt), en dat Hij ons lief heeft en gekend wil worden?
Dat maakt een wezenlijk en eigenlijk alle verschil!

De Here Jezus zei dat ieder die God wilde gehoorzamen zou weten dat Zijn onderwijs van God was en niet zomaar een filosofie van een bijzonder mens

Jezus antwoordde hun en zeide: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft; (17) indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.

De duivel heeft van den beginne twijfel gezaaid

De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?

Mijn uitgangspunt is op mijn 22e veranderd. Na een periode van intensief zoeken naar God, leerde ik de Here Jezus kennen en veranderde Hij, naar Zijn belofte, mijn hart. Sindsdien vertrouw ik erop dat God alles weet en dat Hij mij kent en liefheeft.
Op basis van Zijn belofte heeft God mij beloond met levend geloof, een realistische hoop en kennis van Zijn liefde

maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Als je wilt blijven twijfelen zonder dat je alles weet en begrijpt, is dat eigenlijk net zo goed een geloof – alleen met een (heel) ander uitgangspunt en een heel anderen uitkomst. We zullen het beiden eens weten …..
Als je pas wilt geloven als je alles begrijpt, wens ik je veel succes …. maar dat biedt mij geen perspectief of hoop!

Ik heb veel gelezen en bekeken, ook van Atheïsten, maar als mensen niet willen geloven, volgt op elke beantwoorde vraag een volgende vraag en lijkt het een zinloze strijd van woorden, waarvan C.S. Lewis wijselijk eens zei:

“Ik weet nu, Heer, waarom U geen antwoord geeft. U bent Zelf het antwoord. Voor uw aangezicht vervallen deze vragen. Welk antwoord zou afdoende zijn? Alleen maar woorden en nog eens woorden, die alleen maar weer bestreden worden door nog meer woorden”. Uit “Till we have faces”.

En dit heeft alles met je uitgangspunt te maken: mensen kunnen kijken naar wat ze wel kunnen begrijpen of voor eeuwig naar de dingen die ze niet (kunnen) begrijpen.

A.W. Tozer zei eens “ik ben meer bezorgd over de dingen in de Bijbel die ik wel begrijp en die mijn mijn eigen zondige hart tonen, dan dat ik me zorgen maak over de dingen die ik niet begrijp!”

Ik begrijp nu een aantal dingen wel, waardoor het dwaas zou zijn om niet in God te geloven en Hem mijn leven toe te vertrouwen!

Volledig antwoord of handvaten?

Met veel van de moeilijke vragen in deze reeks heb ik een aantal handvaten gevonden die mij toestaan in een God van liefde en almacht te geloven zonder daarbij mijn verstand en kritisch nadenken op te offeren of te verschuilen achter

Omdat het alternatief van een wereld vol kwaad en leed zonder (een) God minder aantrekkelijk of zelfs beangstigend is versus een wereld vol kwaad met een troostvolle gedachte aan een God van liefde, waar ik me dan maar ‘blindelings’ aan vast hou en dus eigenlijk graag WIL geloven in zo’n God. Niet omdat God zich aan mij zo geopenbaard heeft, maar omdat ik graag wil dat Hij er op zo’n manier zou zijn!

Met wat ik nu begrijp (en dat is zeker niet alles), zou het voor mij dwaas zijn niet in God te geloven!

 

En hoewel ik lang niet alles begrijp, heb ik geleerd dat de Bijbel soms best duidelijkheid geeft, in ieder geval wat het niet is!
En wat is dan je uitgangspunt? Toch geloven (twijfelen) wat de Bijbel duidelijk zegt dat het niet is? Is dat wijsheid?

Wat zijn jouw gedachten en handvaten?

  1. Hoe zou jij reageren op zulke calamiteiten als Job en zijn familie troffen?
  2. Hoe verenig jij Gods Almacht en allemachtig veel kwaad in deze wereld?
  3. Zijn hier betere (Bijbelse) antwoorden op?
  4. Vind je het bovenstaande goed, slecht, speculatief, behulpzaam? Reageer!

 

Download + Links

Download als Studie documentKlik op “Word Icon“om deze studie als een Word document te downloaden, zodat je jouw eigen notities, commentaar en studie materiaal kunt toevoegen. Zo wordt het jouw eigen studie, die je onbeperkt kunt bewerken en zo is studeren geen vergeefse investering van tijd en energie, waar je na 3 maanden weinig tot niks meer van weet. Jou studie notities worden allemaal opgeslagen en zijn altijd beschikbaar en gemakkelijk weer terug te vinden.
Plaats dit document in je documenten folder “…Documents\ACF Studies\Onderwerp studies”

 

Download ACF Studiepakket Klik op “ACF Studiepakket Icon” om een pakket van studie hulpmiddelen te downloaden die in MS Word gebruikt kunnen worden om een aantal studie vaardigheden te automatiseren. De studies en hulpmiddelen zijn gemaakt met de intentie om zelf ontdekken te bevorderen door de principes van Actief Leren (http://www.leren.nl/cursus/leren_en_studeren/actief_leren) geautomatiseerd toe te passen, i.e. interactief met de tekst omgaan door middel van markeren, eigen (herkenbare) notities toevoegen en samenvatten.

.

>

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *